Bureau voor de pretentie.
In navolging van het voorafgaande
Voor velen is de modem in de meterkast het enige fysieke element van internet in huis.
Het wifi-signaal en daarmee jouw toegang tot het internet lijk je iedere dag weer zonder enige moeite uit de lucht te kunnen vissen.
Al je bestanden, foto’s en agenda-afspraken sla je met hetzelfde gemak op in één of andere cloud. Je kleding bestel je online, liefde zoek je via het internet en je geld zaken regel je via een app. Dit alles zonder echt te weten waar jouw bestanden en gegevens daadwerkelijk worden opgeslagen. Wie er beschikking tot heeft of wie er met je meekijkt.
Laat staan het besef over hoe immens groot het systeem is wat achter het internet schuilt.
Het toegankelijke van de ontoegankelijkheid
Visie op een evolutie
Het internet is wel degelijk fysiek. Om jou te voorzien in je dagelijkse internet behoeftegebruikt het een gigantische hoeveelheid energie. Het grootste deel van deze energieconsumptie wordt gebruikt door de datacenters. Ze vormen het hart van het internet en ons digitaal bestaan. Verspreid over de hele wereld staan datacenters. Variërend van datacampussen met een oppervlakte van 720.000 vierkante meter tot een grootte van 112.000 vierkante meter van het Microsoft datacenter in de Nederlandse polder. Hier staan24 uur per dag en 7 dagen in de week servers te razen om het internet “online” te houden. Met een minimaal aantal mensen is het mogelijk om een de enorme oppervlakte aan datavloer te beheersen. Buiten deze mensen om is het datacenter voor onbevoegden strikt verboden terrein.
De datacenters staan in contact met elkaar via een wereldwijd glasvezelnetwerk. In ditnetwerk bestaan een aantal knooppunten waar meerdere glasvezelkabels bij elkaar komen. Amsterdam vormt één zo’n knooppunt. Het speelt een belangrijke rol in het Europees dataverkeer. Voor bedrijven is het dan ook zeer gunstig om zich zo dicht mogelijk bij dit knooppunt te vestigen en met hun datacenter aan te sluiten op ditknooppunt. Terwijl de vraag naar datacapaciteit alsmaar blijft groeien worstelt Amsterdam met een energieprobleem. Hierdoor kunnen er nog nauwelijks nieuwe datacenter in de stad worden bij gebouwd en moet er uitgeweken worden naar andere locaties.
Rotterdam staat via een glasvezellus in directe verbinding met Amsterdam en daarmee in verbinding met de gehele wereld.
En nu staat er een nieuw datacenter van het catagorie IV in het centrum van Rotterdam.
In navolging van het voorafgaande
Geplaatst op een voorheen nog onontwikkeld stuk grond direct naast het spoor, vlakbij hetCentraal Station. Het beschikt over een prima zichtlocatie vanaf het hofplein en staat keurig in het rijtje van prominente gebouwen aan de Coolsingel.Een blok van 168m lang, 65m breed en 130m hoog is gevuld met 32 verdiepingsvloeren.In rijen staan hier de servers opgesteld. Aan de noordzijde, de andere kant van het spoor staan de eerste huizen van de Provenierswijk. Vanzelfsprekend hebben de bewoners achter dit kolos ook recht op hun zonlicht. Het is daarom dat het gebouw zo ontworpen is zodat het precies voldoet aan de opgelegde bezonningsregels uit het bestemmingsplan. Zo heeft iedere woning ten noorden gelegen van het massieve blok maximaal 1 uur per dag schaduwhinder van het datacenter in de periode tussen 21 maart en 21 september.
Iedere verdieping is opgedeeld in 4 brandcompartimenten, elk niet groter dan 2500 vierkante meter. Vanuit iedere mogelijke positie in het compartiment is er binnen 30 meter afstand een vluchtroute bereikbaar. Bij brand wordt er geblust met het blusgas AR N2 CO2. Een zuurstof verdrijvend gas. Schade door bluswater wordt hiermee vermeden en de“down-time” van het datacompartiment tot een minimum beperkt. Op de begane grond komt de glasvezelkabel het gebouw binnen. Hier liggen de expeditieruimte, de traforuimte, en de magazijnen. In de ruimte naast de containeropslag staat een speciale schredder, waarmee gebruikte harde schijven worden vernietigd en vermalen tot kleine stukjes. Een entree tot het datacenter zelf ontbreekt.Als de elektriciteit uitvalt nemen 14 dieselgeneratoren op de eerste verdieping de stroomvoorziening over. De 7 seconden die de generatoren nodig hebben om op te starten worden opgevangen door accu’s. Deze staan opgestelt in U.P.S. (uninteruptiblepower supply) hallen. Zo is het datacenter 24 uur per dag en 7 dagen in de week gegarandeerd operationeel.
Buiten is de aluminium gevel voorzien van een laag bladgoud. Het is hiermee in staat ongewenste signalen, blikseminslagen te weren en beschermt het gebouw tegenweersinvloeden als regen, sneeuw en ijzel.
Een schacht vangt neerslag op en leidt het water dwars door het gebouw naar het onderliggende reservoir. Doormiddel van de koelribben in de schacht en het opgevangen regenwater in het reservoir is het datacenter in staat zijn binnenruimte te koelen tot de vereiste 25 tot 30 graden Celsius.
In de schaduw van uw reflectie
Onderaan de schacht klamt zich in de schaduwzijde van het gouden kolos een huisje vast aan het datacenter. Hier woont de conciërge van het datacenter. Via een beveiligde gang tussen zijn woning en het datacenter heeft hij direct toegang tot het datacenter en kan hij bij calamiteiten direct ingrijpen. Zijn dienstwoning is van alle gemakken voorzien. Zo heeft hij beschikking over een eigen badkamer, een keuken, een slaapkamer, een woonkamer en een schuur waarin hij zijn gereedschap en blikken verg kan opbergen. Een patio vormt het middenpunt van de woning en is bereikbaar via de keuken en de badkamer. In de woonkamer staat een oude houtkachel waarin de conciërge tot aan de lente zijn houtblokken brand.
De aluminium beplating van de woning zijn, anders dan het datacenter bekleed met witte reliëfloze steenstrips. De bitumen dakbedekking leidt het water van het dak naar de dakgoot en de kozijnen zijn blank afgelakt.
De witte houten voordeur is extra versterkt met een stalen binnenkant. Bezoek voor de conciërge komt binnen via het tochtportaal wat tevens dient als een personensluis.
Alles is er aan gedaan om ongenodigde personen te weren.
Een replica van hetzelfde
Deze ochtend is het weer opgehelderd en de hemel strak blauw. Dwars door de schacht boven de patio is de zon zichtbaar. Het mos tussen de betontegels in de patio baadt nu in een goud gele gloed van de zon en de reflectie van het datacenter. De witte steenstrips op de muren zijn inmiddels wel opgedroogd, maar de regen heeft grauwe strepen achtergelaten op het metselwerk.
De conciërge opent het raam en tegelijkertijd valt er een steenstrip van de gevel op de grond. Op de plek waar de steen zat is nu de aluminium achterplaat zichtbaar. Hij staart naar de steen maar doet er niets aan. Het is toch de zoveelste. Zijn huisje begint steeds meer kale plekken te vertonen. Op steeds meer plekken veranderd het witte metselwerk ineen mat glanzende aluminium plaat. De bitumen dakbedekking begint los te laten en wappert hier en daar losjes in de wind.
De kozijnen lijken ook al weer een verflaag nodig te hebben en op de plek waar de postbode altijd zijn fiets tegen de muur zet zijn de gevelstenen al lang verdwenen. Het is nog niets vergeleken met de zomer wanneer de zon en haar hitte de gevels doen golven en diepe scheuren nalaat in het voegwerk.
De tijd, het weer en het gebruik laten allemaal hun sporen op het huisje na.
Na de regenbui van vannacht verwarmt de zon nu het huis weer op. Moe zat de conciërge naast het open raam aan de keukentafel. Tot in de ochtend heeft hij wakker gelegen van de druppels die van de dakrand in de metalen dakgoot vielen. Even heeft hij er aan getwijfeld om op te staan en een handdoek in de goot te leggen om het geluid nog enigszins te dempen. Bang om te wakker te worden is hij al wachtend op de ochtend op zijn rug blijven liggen.
Terwijl nu het koffiezetapparaat achter hem pruttelt, staart hij door het raam naar de gevallen steen. In zijn hoofd maakt hij een lijst op van wat hij vandaag moet doen in het datacenter. Eigenlijk een vrij simpele lijst voor een plek die zoveel geheimen waarborgt.De conciërge verbaast zich er nog altijd over. “Hoe kan zo’n machtige machine, zulke zinloze taken voortbrengen?”
Terwijl hij aan zijn eerste kop koffie van de dag zat wordt zijn aandacht getrokken door een wesp die al bonkend tegen het raam een uitweg naar buiten probeert te zoeken. Langzaam loopt hij met een leeg glas naar het raam en zet het glas voorzichtig over de wesp heen. Met zijn andere hand schuift hij er behoedzaam een papiertje onder en brengt het geheel terug naar de keukentafel.

Tijdens zijn laatste slok koffie kijkt hij naar glas. De wesp zocht met al zijn overgebleven energie nog steeds naar een uitweg.

“Zou het wel beseffen dat het gevangen zit in eenglas of zou het überhaupt besef hebben van wat een glas is?”


De conciërge keek op van het glas en richt zich tot de klok aan de muur. Met een zucht staat hij op van zijn stoel. Hij loopt door de donkere, klamme gang. Omhult door de geur van schimmel en verval bereikt hij de deur aan de andere kant. Hij zet zijn schouder tegen de deur en drukt met al zijn gewicht de deur open. De TL’s springen automatisch aan en hij verdwijnt in het kille licht van het datacenter.